zaterdag 23 april 2016

Spiegelbeeld Victoria - Post 3

3  764


Ja, ze dacht wel dat ze Bloem op een dag ook werkelijk dit plezier zou doen, als de lol van het ‘Harolds wijnen als keukenwijntjes behandelen’ spel af was. Het was ook eigenlijk te gek om daar wijn van honderd euro per slok voor te gebruiken. Die actie bevond zich maar een enkele stap boven de vulgariteit de flessen simpelweg stuk te smijten op de keukentegels.
Daar moest ze wat aan doen.
De vulgariteit aanpakken.
Vulgariteit had de neiging zichzelf nogal belangrijk te vinden, te groeien, te woekeren, en voor je het wist eindigde je op een karaokeavond, waar je in een te strakke glitterjurk met te stevig gekleurd haar, met een te schorre stem een chanson ten beste gaf. In één hand een peuk, in de andere borrel, en op enige afstand een armzalige bewonderaar die in geen negen dagen in bad was geweest.
Nee, op een dag zou ze de wijn keurig wegschenken.
Dat was beter.
Aan Bloem.
Dat was het allerbeste.
‘Maar vandaag is niet die dag, darling,’ zei ze hardop en schonk een flinke scheut kostbare witte wijn over de sidderende ingrediënten. ‘Draai je nog maar eens flink om en om, tot het vlees op je knokels mals genoeg is om er vanzelf af te vallen.’
Spek, knoflook en peper – wijn - woesj.
Ze wachtte even, keek geboeid toe hoe de wijn begon te kolken en zich vervolgens geheel zelfstandig vermengde met de andere ingrediënten tot het begin van een prima saus.
‘Mooi zo,’ mompelde ze en leegde beide blikken tomaat in de pan. Ze trok een blikje tomatenpuree open en kreeg het voor elkaar om zonder snijwonden op te lopen de meeste puree uit het blikje te lepelen  en bij de saus te voegen.
‘Yes,’ zei ze.
Vanaf hier was het een kwestie van roeren en wachten en een beetje interessant kijken, maar het ergste was achter de rug. Tenzij ze het natuurlijk voor elkaar kreeg om tijdens het afgieten van de spaghetti de inhoud van die pan over zichzelf heen te laten kletteren maar ze dacht niet dat het zo erg zou worden. Het waren juist de wat subtielere handelingen die voor de meeste problemen zorgden.
Drie minuten later was alles achter de rug. Victoria husselde de saus door de spaghetti, keek op de klok en hoorde op hetzelfde moment de achterdeur open en dichtgaan.

‘Vic, Vic! Alles laten vallen!’ riep Azeline.

Vic beet op haar lip en herinnerde zichzelf eraan dat het maar een uitdrukking was, een zegswijze waar Line niks anders mee bedoelde dan: stop met wat je doet.
Line wervelde het huis in, stootte haar heup tegen de keukendeur en haar arm tegen het aanrecht en lachte de pijntjes weg.
Vic lachte terug.
‘Zeker weten?’ grinnikte ze. ‘’t Is pasta all’amatriciana, dan zijn we nog wel even bezig met dweilen.’
‘O… ongelooflijk lekker,’ zei Azeline en hupte op haar tenen om in de pan te gluren. Ze kreunde zachtjes. ‘Had ik je nu maar wat eerder gebeld, dit vind ik zulk lekker eten. Maar dat kan straks wel, dat kan straks! Zet je pan neer, zet die pan neer en trek iets leuks aan. We gaan weg.’
Weg?
Vic fronste, zocht naar woorden, keek naar de pan pasta in haar handen, dacht aan het snijden van de peper en de resten van de ui in de gootsteen. Keek naar Azeline. Merkte haar blozende wangen op, de opgewonden glinstering in haar ogen. De manier waarop ze van haar ene been op haar andere hupte, en nog eens, en nog eens. Hoe haar vingers raptaptapten op het granieten aanrechtblad.
Barstensvol energie zat haar zus, het kolkte als een stralende aura om haar heen, maakte haar rug recht, haar huid stralende, haar uitstraling zeker en overtuigend. Ze zag er ook prachtig uit: make-up mooi, de juiste schoenen aan, mooie jurk, alles mooi. Totaal niet gepast voor een avondje samen filmkijken op de bank en uit de woordenvloed van Azeline maakt Vic ook op dat dit ook niet langer de bedoeling was, maar dat ze uit moesten, uit het huis, in de auto, ergens heen, en dat het meteen moest, zelfs zonder te eten, direct, hup, nu en Vic moest zich ook omkleden, direct, hup, nu. 
Vic vond dat de wereld maar traag werd van zoveel haast. Alsof Azelines wervelwind van energie zelfs het laatste beetje dat zij zelf nog in zich had meesleurde, toevoegde aan de overvloed en haar leeg en zwaar achterliet.
‘Please,’ pleitte Azeline, met haar liefste, mooiste Azeline-lach, die Vic, hoewel ze diezelfde glimlach vroeger ook regelmatig in haar eigen spiegel zag, nooit kon weerstaan.


vrijdag 22 april 2016

Spiegelbeeld Victoria - post 2

Post 2  817


Vic nam de peper op, bestudeerde hem, bekeek hem met enig wantrouwen, draaide en keerde hem. Zo’n peper zag er, vond Vic, ongeveer vijfhonderd keer knapperiger uit dan hij daadwerkelijk was en het was verleidelijk, heel verleidelijk om het mes over de lengte van de peper te laten dalen en hem door te snijden, zodat ze de zaden uit de lijst kon schuiven.
Maar ze wist dat de peper in werkelijkheid niet knapperig maar rubberachtig zou zijn, en dat het doorsnijden moeite kostte, dat het weghalen van de pitjes moeite kostte, zeker met haar arm, zeker met de manier waarop haar arm zich vandaag gedroeg, en dat het daarna extra veel moeite zou kosten om de zaadloze helften in kleinere stukjes te snijden. Nee, pitjes uit de peper halen leek haar een taak die vandaag alleen maar mis kon lopen.
‘Maar gelukkig heb ik vandaag ook besloten dat Azeline van pittige pasta houdt,’ zei Vic en hakte de peper zo snel in stukjes, dat daarmee eigenlijk niet iets mis kon gaan.
Behalve dan, dat ze er geen rekening mee had gehouden had, dat Pijn het plotseling nodig vond om haar lichaam te bedekken met een loden deken.
Dat was een ander dingetje van Pijn, iets waar ze vroeger, toen Pijn nog elders woonde, nooit aan gedacht had: Pijn was een aandachttrekker én een energievampier.
‘Nog even doorzetten,’ mompelde ze. ‘Nog even doorzetten, het is geen moeilijk gerecht, nog even doorzetten.’  
Ze legde keukenpapier op een bord, schepte de pancetta uit de pan en legde de keurig uitgebakken stukjes, ze plette een teen knoflook in de pers, dumpte de geperste knoflook in de pancetta-olie, liet de olie draaien in de pan, zette de pan weer op de pit, deed de peper in de olie, pakte de blikken gehakte tomaten, liet ze bij de knoflook en de peper glijden. Waste haar handen. Waste ze opnieuw, om zeker te zijn dat ze niet ook nog eens peperolie in haar ogen zou smeren of zoiets leuks. Pakte het zakje gedroogde spaghetti en liet een deel van de staafjes in het water glijden. En een deel ernaast, op de kookplaat.
Ze zuchtte.
‘Klootzak, klootzak, klootzak,’ mompelde ze, terwijl ze de spaghetti opruimde, redde, de gevallen pasta alsnog aan het water toevoegde met vingers die ze moest dwingen om te pakken, vast te houden, te bewegen binnen de beschikbare ruimte. Ze herhaalde de woorden eindeloos terwijl ze werkte, ‘klootzak, klootzak’ en wist dat een woord zo vaak herhaald woord verwerd tot niets dan een klank, in haar geval een platte oefening in het bezweren van de zwaartekracht. Een ander, bozer deel van haarzelf besefte dat ze het woord en de volledige betekenis nodig had, om de dag door te komen, om de nacht door te komen, om op te staan en door te gaan.
Voor Azeline.
Die kwam eten.
En dus was het tijd om de olie met knoflook en peper af te blussen met een scheut witte wijn. Met De witte wijn.
Ze pakte de fles, die Bloem twee dagen geleden voor haar opengemaakt had en bekeek het label nog eens. Het was een Batard Montrachet die, volgens Bloem, gemaakt was een de beroemde wijnstreek in het Franse Bourgondië en zeker meer dan tweehonderd euro kostte. Het zei Vic allemaal niks, de prijzen niet en de wijnstreken niet, maar Bloem vond het leuk om zulke details te achterhalen en zich te verwonderen over de prijzen die werden gevraagd en betaald voor ogenschijnlijk onschuldige flessen wijn.
‘Dat is een boel geld, meis,’ zei ze daarom, meer omdat ze aanvoelde dat het de bedoeling was dat zij nu iets zei, dan dat ze de behoefte had om iets te zeggen over de wijn.
‘Jeeee, joh, valt mee joh, de Haut-Brion van vorige week was nog duurder, tante,’ zei Bloem, terwijl ze op haar i-Pad tikte. ‘Bijna duizend euro. Maar hij was wel lekker. Mag ik deze ook proeven?’
Bloem hield haar glas op.
‘Alleen als je die tweede fles ook voor me opent,’ zei Vic. ‘Anders heb ik niet genoeg voor de saus, voor zaterdag, als je moeder komt.’
Bloem lachte, stemde toe en Vic vulde haar glas bij.
‘Hmm,’ zei Bloem na de eerste slok. ‘Dankzij jou krijg ik een verfijnde smaak, tante Vic.’

Tante Vic glimlachte, schonk nog eens bij en vroeg zich niet voor het eerst af, of ze Bloem niet gewoon een krat van de wijn moest schenken. Gewoon zo hup, de meest stoffige flessen uit de kelder, want dat waren vast het duurste, in de krat en in de achterbak van Bloems Punto. Bloem zou het een feest vinden om van elke fles het wijnhuis en de prijs te achterhalen en misschien wel zo slim zijn er nog wat aan te verdienen en Vic, Vic zou een stap dichter bij het doel: ‘Totale vernietiging’ zijn, zonder iets plats en vulgairs te doen als flessen wijn uit het slaapkamerraam smijten.

donderdag 21 april 2016

Spiegelbeeld: Victoria - dag 1

Dag 1 891

Hoofdstuk 1 Vallend glas


Het kostte vandaag, Victoria knikte, zuchtte en knikte nog eens, buitengewoon veel moeite om iets eenvoudigs als pasta te maken. Een strip panchetta tot blokjes snijden leek makkelijk: ze had een scherp mes, dankzij enkele paar dure workshops wist ze hoe ze het mes moest , en kom op, het was panchetta, geen gedroogde runderhuid. En op de meeste dagen kon ze zo’n klusje prima aan, maar wat de meeste dagen gewoon lukte, lukte vandaag niet. Gewoon niet.
En een ui snipperen, een ui snipperen, dat had ze al honderden keren gedaan. Duizenden keren! Ui pellen, ui door de helft snijden, ui horizontaal insnijden, ui verticaal insnijden, en snipperen maar. Makkie.
Maar vandaag niet.
Vandaag lukte helemaal niks. Haar handen wilden niet naar haar hersenen luisteren en gingen hun eigen gang, bedachten zelf snijlijnen en vergisten zich in elementaire zaken als vlakverdeling en zwaartekracht. De pancetta blokjes zagen eruit alsof ze van de strip waren gerukt door een aap en de ui,
de ui,
die kut-ui –
‘Slecht opgevoed stuk groente,’ mopperde Vic, in de hoop dat mopperen zou helpen, want soms was dat precies wat ze nodig had om haar handen en hersenen weer in overeenstemming te brengen: boos worden.
Maar vandaag niet.
Ze werd wel boos, maar werd er ook alleen maar onhandiger van. De lagen van de ui schoven te wild over elkaar, ze sneed lomp, liet het mes vallen, raapte het op en pikte met de punt van het mes in de buitenkant van haar duim, waar een kleine maar bloedende wond ontstond. Het mes viel opnieuw uit haar hand en ze sprong achteruit zodat ze in elk geval geen wond in haar tenen kreeg. Stukken ui gleden van het aanrecht en regenden op de grond.
‘Kut-zooi,’ zei ze, en probeerde de gevallen stukjes op te rapen, met weerbarstige vingers die de smalle halve cirkels minachtend negeerden tot ze schoof stampvoetend en kut-kut-kut scheldend stoffer en blik pakte, een prima stoffer verknalde met stinkende uit snippers, en de hele uit elkaar vallende, tegenstribbelende, moeilijk-doenerige bebloedde boel de prullenbak in mikte. De stoffer, die toch voor eeuwig zou stinken, smeet ze erachter aan.
Dan maar niet.
Dan maar gewoon niet.
‘Nou je zin?’ vroeg ze, met haar hoofd half geheven en haar ogen toegeknepen. ‘Pastasaus zonder uien, denk je echt dat ik daar vanavond nog van wakker lig? Hè? Hoop je dat ik er over droom, nachtmerries heb? Fuck man, kun je niet met wat beters komen?’
Ze zette een pan op de vlam, schonk er olie in, schoof de panchetta in de olie, ving de spetters op met de zachte huid van haar arm en wreef de druppels weg met een strak, ongeduldig gebaar. Opschieten, doorgaan nu, dan kreeg ze misschien nog wat voor elkaar voor haar handen er achter kwamen dat ze al drie minuten niets hadden laten vallen. Ze draaide het gas laag, schudde de pan, pakte twee blikken gehakte tomaten, opende ze en zette ze klaar. Opende een blikje tomatenpuree, nu alles toch nog goed ging en zette ook dat klaar.
‘Goed zo,’ zei ze en keek rond, dacht na en herinnerde zich het andere hoofdingrediënt: spaghetti.
‘Goed zo en een pan heet water,’ zei ze, tevreden over zichzelf en de vooruitgang in de zaak van de Spaghetti All’Amatriciana.
Spaghetti met pretentieus spek en frisse, gehakte tomaten.
En wijn.
Natuurlijk.
Het vullen van de pan ging goed, hij kwam zonder een spat te morsen op de pit terecht en het verwonderde Victoria dan ook totaal niet dat ze in ruil voor al die voorspoed het zoutvaatje liet vallen.
‘Spaghetti,’ herhaalde ze, terwijl ze het gemorste zout opdweilde met een natte vaatdoek waardoor het een enorme bende werd. ‘Spaghetti, spaghetti, spaghetti.’
Ze raapte voorzichtig een duizendtal zoutkorrels op, hield ze tussen de duim en de wijsvinger van haar linkerhand en wierp het snufje over haar schouder om geluk terug te roepen.
Het werkte meteen.
‘Pijnstiller,’ zei ze. ‘Eerst een pijnstiller en dan spaghetti.’ 
Ze opende Het Keukenkastje en pakte een strip paracetamol, telde één, twee, drie, vier pillen uit en slikte ze weg met een slok water uit het-glas-dat-altijd-klaarstond.
‘Oké dan,’ zei ze en ze bleef even staan.
Er was nog iets.
Iets wat ze niet mocht vergeten. Iets belangrijks.
Iets… ietsepiets.
Geen idee.
Ze zuchtte, trommelde ongeduldig met haar vingers op het aanrecht.
Er was weinig dat haar zo vergeetachtig maakte als die ongelooflijk stomme rotpijn. Vandaag had hij zich in haar bekken en benen genesteld en daarom had het best nog lang geduurd voor ze doorhad hoe erg het nu precies was. Slim van Pijn. Nu was ze eigenlijk al een paar uur te laat met het afremmen van zijn fratsen en kostte het moeite om één zinnige gedachte langer dan twee tellen vast te houden.  
Want er was nog wat.
Iets.
‘Geen idee,’ mompelde ze.
Ze keek naar het aanrecht, naar het eten, naar de pan met pancetta, pancetta die eruit zag alsof hij al aardig in de buurt van uitgebakken kwam.
Peper?
Was het de peper?
Er hoorde Spaanse peper in dit gerecht en hij lag al op het aanrecht, zag Vic, en dat betekende uiteraard het de bedoeling was hem ook echt in de saus te gebruiken. Wel slim, knikte ze, aangezien smaakmaker één, de ui, in droevige delen in de spoelbak lag. Daarmee stond ze al één smaakmaker op achterstand.